Doggy bag … OR, bestuurder en begripsduiding

In Zwitserland, in elk geval in het deel waar ik al jaren op vakantie ga, vind je op de raarste plaatsen een afvalbak, de Robidog, voor hondenpoep. Aan de zijkant kun je een nieuw zakje, een Doggy bag pakken voor de volgende keer. Het begrip zit er bij mij goed in sinds we zelf een hond hebben die dagelijks één- à tweemaal circa een pond produceert…

Misschien komt het doordat we ons al jaren verbaasden en er nu zelf aan mee doen, dat ik bij het begrip Doggy bag vanuit dat perspectief naar nieuwsberichten luister. Onlangs was in het nieuws, dat het waarschijnlijk niet lang meer duurt, dat ‘Nederlanders zich niet meer zullen schamen om in een restaurant een Doggy bag te vragen’, analoog aan het Amerikaanse voorbeeld. Heel even schoot door me heen: ‘het wordt tijd dat hondenbezitters zich niet meer schamen om op die manier de uitwerpselen van hun hond op te ruimen’ … maar die gedachte veranderde snel in een lachbui…

Mijn man heeft vaker moeite met mijn humor en zag ook hier de lol niet van in. Humor is bij ons zo’n begrip waar we verschillende duidingen aan geven… Hoe dom kun je zijn als je niet weet dat met een Doggy bag het bakje wordt bedoeld dat restaurantgasten kunnen vragen om het restant van de maaltijd in mee naar huis te nemen…

OR, bestuurder en begripsduiding

Toegevoegd 27.11.15 (tekst die me onlangs toeviel, en hier bij past)

Alles wat je ziet is anders, niets is wat het lijkt, je maakt je eigen wereld, door de manier waarop je kijkt.

Welke OR, maar ook welke bestuurder, heeft nooit het gevoel dat de overlegpartner kennelijk niet kan luisteren, of niet geluisterd heeft? Wordt dan bedacht, dat dit mogelijk met ‘langs elkaar heen praten’ te maken heeft? Met verschillen in duiding van begrippen? Een paar praktijkvoorbeelden.

Het eerste overkwam me jaren geleden tijdens een sollicitatiegesprek als ambtelijk secretaris van een OR. het ging over het begrip loyaliteit. De OR-afvaardiging had mij verteld dat de loyaliteit van ‘hun’ ambtelijk secretaris inhield, dat die functionaris niets zou overbrieven van OR-vergaderingen naar de bestuurder. In het tweede gesprek waarbij ook de bestuurder aanwezig was vroeg ik, waar volgens hem de loyaliteit van de functionaris lag. Hij begreep het niet helemaal en gaf een voorbeeld. Met de gedachte aan wat de OR had gezegd, gaf ik antwoord. Dat was een ‘verkeerd antwoord’. Het gesprek was daarna snel afgelopen. De bestuurder bleef met een enigszins verwarde OR-afvaardiging achter. De volgende morgen belde ik om me terug te trekken, maar er werd al aangegeven dat de bestuurder had besloten zich te beraden op de functie …Kennelijk waren de OR en hij het niet eens over de inzet van de functionaris: de uitleg over het begrip loyaliteit bleek niet dezelfde te zijn.

Het tweede voorbeeld betreft het begrip integriteit. Mij werd als kandidaat voor de functie van ambtelijk secretaris  OR de vraag gesteld hoe het met mijn integriteit was gesteld. Ik wilde graag een nadere toelichting en er werd een voorbeeld gegeven. ‘Als in een informeel agenda-overleg in aanwezigheid van de bestuurder, het DB van de OR, een secretaris en de ambtelijk secretaris zaken worden besproken, wordt daar geen terugkoppeling over gedaan aan de OR…’ Ik meende het niet goed gehoord te hebben en vroeg of de OR dus niet op de hoogte werd gesteld van datgene wat in dat informeel overleg werd besproken. Mij werd gemeld dat zelfs de belangrijkste besluiten in dat informeel overleg werden genomen en dat daarover inderdaad niet teruggekoppeld werd. Ik heb me de volgende ochtend teruggetrokken. Ik heb een ander idee over medezeggenschap en vroeg me af, wiens integriteit hier eigenlijk aan de orde was.

Als ik denk wat jij denkt, denk ik dat …

Alle jaren dat ik verschillende OR’en ondersteunde, kwam het in vergaderingen van de OR zelf voor dat het ene OR-lid ergens een vraag over stelde, en een ander OR-lid dan ‘het’ antwoord gaf. Ik heb me daar altijd over verbaasd. Als ik het hoorde gebeuren was mijn advies dan ook: ‘als jullie iets niet duidelijk is, kun je beter de opsteller benaderen’. Mocht een bestuurder het niet prettig vinden dat OR-leden rechtstreeks contact opnemen met opstellers, maar dit soort zaken zelf wil uitleggen: ook goed. Waak er zowel als OR als bestuurder voor, je eigen interpretatie aan een onduidelijke tekst te geven. Ook een OR-advies behoeft mogelijk nadere toelichting. Nog wat voorbeelden:

… en het advies van de OR wordt meegenomen.

Wordt er dan iets mee gedaan? Als er staat dat het advies wordt overgenomen, heb je meer kans op succes.

… de jaarrekening is getekend.

Als de statuten aangeven dat de jaarrekening door alle leden van een Raad van Commissarissen of Raad van Toezicht moet zijn getekend, ligt het bewijs ervan bij die ondertekening. Als de jaarrekening niet getekend is, kan dat voor een OR aanleiding zijn te proberen te achterhalen wat de reden daarvan is.

Durf te vragen – het spel

Er zijn zoveel voorbeelden. Deze vind je niet alleen in teksten, maar hoor je ook in de overleggen, zoals ik al aangaf in mijn eerste blog. Durf door te vragen over begrippen. Je wilt ervan leren en je wilt dezelfde taal spreken om latere teleurstellingen te voorkomen. Je hebt als OR niets aan een opmerking van de bestuurder – en omgekeerd –  ‘… dat het toch is gezegd’ als je zelf een heel ander beeld hebt bij een begrip. Het maakt het spel van overleg mooier en alles wat je bij medezeggenschap leert kun je in je verdere loopbaan toepassen (of laten …). Elke organisatie heeft toch belang bij constructieve medezeggenschap en wil toch graag het spel goed spelen?

Als het niet werkt, zand erover?

Niet altijd lukt het om begrippen duidelijk te krijgen. Daar kunnen achterliggende redenen voor zijn. Dan moet je een keuze maken als OR: willen we hoog spel spelen, of willen we irritatie voorkomen? Soms helpen doggy bags voor honden ook niet… Mijn grote hond is dit weekend een beetje ziek. Hij heeft van een restant spare ribs gesnoept. Dan helpt alleen maar een grote schop om er zand overheen te gooien…

 

 

 

Leave a Reply